h

Als je ze wilt zien, zijn ze er wél

18 september 2008

Als je ze wilt zien, zijn ze er wél

Afgelopen week hield SP-raadslid Josine Strörmann een inleiding tijdens een bijeenkomst van het Regionaal Illegalen Overleg (RIO). Het RIO is een Rotterdamse verzameling van organisaties die zich de problemen waar illegalen in de stad mee te maken hebben aantrekt. Geregeld overleggen zij hoe de problemen van illegalen zichtbaar te maken en op te te lossen. Hieronder de bijdrage van Josine.


‘Als we niet kijken dan zijn ze er niet’
Uit een e-quality rapport over vrouwen en meisjes zonder verblijfsvergunning (2002)

Mensen zonder verblijfsvergunning en opvang, iedereen hier weet dat dat erg moeilijk ligt. Veel politici en bestuurders hopen inderdaad middels een soort struisvogelpolitiek te vergeten dat het probleem van de illegale medemens bestaat. Toch heeft de Nederlandse overheid zich, door het onderschrijven van het verdrag voor de rechten van de mens, er juridisch en moreel toe verplicht te erkennen dat iedereen recht heeft op een zo goed mogelijke lichamelijke en geestelijke gezondheid. De overheid moet dan ook omstandigheden scheppen die voor iedereen in geval van ziekte geneeskundige bijstand en verzorging waarborgen. Dus ook opvang, een dak boven je hoofd in geval van ziekte ouderdom of wat dan ook. Nederland heeft nooit bedongen dat bepaalde groepen zoals illegalen hiervan uitgesloten moeten worden.

Josine StrörmannIn de dagelijkse praktijk zie je dat illegalen aanspraak kunnen maken op zorg als deze “medisch noodzakelijk” is. Maar opvang, daar brandt geen overheidsinstelling zijn vingers aan. Sterker nog, met het hier in Rotterdam uitgevonden Centraal Onthaal-systeem voor opvang van daklozen zijn illegalen wél uitdrukkelijk uitgesloten. Dat klopt dan ook niet met het verdrag voor de rechten van de mens en dat heb ik de verantwoordelijk wethouder, mevrouw Kriens, dan ook keer op keer gezegd. Gelukkig zijn er een aantal juristen aan de slag om via de rechtspraak genoeg precedenten te verzorgen om het Centraal Onthaal-systeem weer af te kunnen schaffen. Tot die tijd is de politieke realiteit in Rotterdam dat er officieel niets maar dan ook niets geregeld is voor mensen zonder huis en papieren. Ook wordt er zelden of nooit over gesproken op het stadhuis. Eén beroemde quote van burgemeester Opstelten uit, ik meen 2005, naar aanleiding van een debatje over bijstand voor kinderen zonder papieren, was: ‘Er is mij geen geval bekend van een illegaal kind in Rotterdam.’ Voormalig wethouder Sjaak van der Tak heeft zich ook nog wel eens in de krant laten citeren met: ‘In deze stad laten we niemand op straat staan.’ Dat heeft echter geen noemenswaardig gevolg gehad.

Op verzoek van Theo Miltenburg heb ik gezocht in het documentatiesysteem van het stadhuis naar stukken over illegaliteit. Wat heb ik gevonden: twee keer schriftelijke vragen van de SP over vrouwen met een partner-afhankelijke verblijfsstatus (in 2005 en 2007) en één keer in 2007 schriftelijke vragen van Marianne van den Anker van Leefbaar Rotterdam over vrouwenopvang waarbij ook die groep genoemd werd. Dat was het dan.
En oh ja, zowel Leefbaar Rotterdam en de SP, waarschijnlijk uit verschillende motieven, hebben een poging gewaagd het onderwerp papierlozen op de raadsagenda te zetten. Wij wilden wel eens een visie van het college van burgemeester en wethouders op de zorg voor illegalen in de stad. Maar dat is ook na letterlijk jaren soebatten niet gelukt.
Zodoende is de opvang van illegalen in deze stad in particuliere c.q. kerkelijke handen.
De overheid wenst eenvoudigweg niet de verantwoordelijkheid te nemen voor deze groep. En dat zal ook de lobby voor opvang van groepen als vrouwen met een afhankelijke status, ouderen en zieken zo moeilijk maken. Niet alleen schuwt de gemeente de verantwoordelijkheid maar ze hebben ook verbazend weinig zin financiële verplichtingen aan te gaan.
Een mooi voorbeeld hiervan is de opvang in blijf-van-mijn-lijf huizen voor vrouwen met zo’n partner-afhankelijke status. Door de jaren heen is de situatie van deze vrouwen wel iets verbeterd, op papier dan hè. Als een vrouw lichamelijk dan wel psychisch zo mishandeld is dat zij weg moet bij haar man zou ze zich in principe bij elke vrouwenopvang kunnen melden. Zij zouden haar dan opvangen en samen met haar, na het verkrijgen van bewijslast voor de mishandeling, een versnelde procedure moeten beginnen om een eigen verblijfsvergunning te krijgen. Dat is inmiddels politiek zo geregeld. Ook zou die vrouwenopvang dan gebruik moeten kunnen maken van een pot geld van, geloof het of niet, voormalig minister Verdonk. Dit omdat het heel duur is voor de vrouwenopvang om deze vrouwen te herbergen. In de praktijk duurt het natuurlijk eeuwen voordat zo’n ‘versnelde’ procedure voor een eigen verblijfsvergunning geregeld is en al die tijd moeten de vrouwenopvanghuizen wel de kosten dragen.

Exemplarisch voor de papieren werkelijkheid is het antwoord van het college op de vraag wat het plan van aanpak in Rotterdam is voor de opvang van vrouwen met een afhankelijke status: ‘Vrouwen die in deze schrijnende situatie zitten, worden ook opgevangen als zij zich melden bij de Rotterdamse Vrouwenopvang. De stichting Arosa ervaart de financiering van het verblijf van deze groep als een groot knelpunt.’ Vervolgens wordt nog wat uitgewijd over een komende regeling en het beperkte noodfonds. Maar niets over hun eigen zorgplicht, over wat de gemeente financieel bij zou kunnen dragen.

Er werd hier dus gesuggereerd dat alle vrouwen in deze situatie gewoon opgevangen worden. Dat is zeker niet waar. Dat weet ik uit de praktijk, bijvoorbeeld via Jack Sier van het Oude westen pastoraat. Maar ik heb net ook nog wat cijfers opgevraagd bij stichting Arosa. Omdat het nog NOOIT gelukt is geld uit dat eerder genoemde Verdonkfonds te krijgen, zijn ze gestopt met het opvangen van deze vrouwen. Ze hebben er nu welgeteld nog twee in de opvang. Al heel lang. In principe hielden ze 10 procent van hun plekken, zo’n negentig, vrij voor deze vrouwen. Maar nu dus niet meer.

Er is overigens een nieuwe regeling die eigenlijk al zou moeten werken. De staatssecretaris zou voor deze groep, en ook voor slachtoffers van mensenhandel, vrouwen in opvang moeten gaan voorzien in hun minimale bestaansvoorwaarden en ook een bijdrage moeten leveren aan de financiering van hun opvang en hulpverlening. Maar dat is nog heel vers en, in elk geval hier in Rotterdam, nog niet getest.

En dan de oplossing. Ik heb hem niet hoor. Wat te doen om de gemeente aan haar verstand te peuteren dat ze geld en moeite moeten stoppen in mensonterende toestanden als 70-plus Kaapverdianen die in café’s slapen. En wat dan? Moeten wij alle illegalen uit Nederland op gaan vangen? Kunnen sommigen beter terug naar hun moederland? Moet je dat dan als voorwaarde voor opvang stellen? Het is een moeilijk probleem. Hart en ratio spreken elkaar tegen. Voorlopig lijkt het goed om bepaalde categorieën mensen als chronisch (lichamelijk of psychisch) zieken, vrouwen, eventueel met kinderen en ouderen voorop te stellen. Hoe pak je zoiets aan? Ik zou daar graag met jullie over van gedachten wisselen. Aktievoeren is altijd goed. Het zou zo makkelijk zijn als je volgens beproefde SP-methode een pamfletje en een spandoek maakt, de buurt activeert en de pers er bij haalt. Maar de buurt ziet het niet zitten, opvang voor die ouwe Kaapverdiaan, en de man zelf ziet de pers niet zitten uit angst voor de politie. Dus dat valt af. Het beste is denk ik toch een voorzichtige aanpak. Wat wel kan is brieven naar de wethouder sturen, en dan liefst van zo veel mogelijk kanten, over deze schrijnende situatie. En dan suggesties voor de oplossing, zoals een verzorgingstehuis voor deze groep, en dan aanreiken dat er misschien wel fondsen zijn die financieel willen bijdragen. Zolang de heersende opvatting is: ‘Als we niet kijken dan zijn ze er niet,’ is een omzichtige aanpak de beste. Laten we het daar nu over hebben.

U bent hier