h
Verkiezingsprogramma 2018-2022

Mobiliteit

De SP wil structurele oplossingen om het verkeer in Rotterdam te verbeteren. Bus, tram, trein en metro moeten zoveel mogelijk de auto vervangen. Fietsers en wandelaars geven we de ruimte in de stad.

We verbeteren de Oost-West verbinding op Zuid door het aanleggen van een nieuwe metrolijn, op termijn breiden we deze uit naar een echte cirkellijn. Bewoners parkeren zoveel mogelijk in wijk-parkeergarages, bezoekers aan de rand van de stad op de P&R vanwaar ze gratis met het OV verder kunnen.We juichen het toe dat de eerste stappen zijn gezet om van Rotterdam meer een fiets- en wandelstad te maken. De SP legt de nadruk op voetgangers, fietsers en openbaar vervoer. Fietsers en voetgangers krijgen sneller groen op drukke fiets- en wandelroutes.

Openbaar vervoer

Het openbaar vervoer in de stad blijft gratis voor 65-plussers, de gehele dag. 

Er vinden de komende vier jaar geen tariefsverhogingen voor het openbaar vervoer plaats, en waar mogelijk wordt het tarief verlaagd. 

Op de langere termijn streven we naar gratis openbaar vervoer voor iedereen. Dit wordt in stappen ingevoerd, beginnend met jongeren tot achttien jaar en mensen rond het sociaal minimum. 

De OV-verbinding tussen oost en west op Rotterdam-Zuid moet worden verbeterd. Ook op andere plaatsen in de stad worden de gaten in het lijnennet aangepakt. Bekeken wordt waar de metro verder onder de grond gestopt kan worden. Het openbaar vervoer in de stad wordt verbeterd: fijnmaziger en frequenter en zo snel mogelijk gratis voor iedereen. Rotterdam lobbyt voor rijksinvesteringen in meer en beter openbaar vervoer, zoals voor een metrolijn die ook de nieuwe Kuip aandoet. Op termijn willen wij een cirkellijn in Rotterdam.

De vervangen van de Hoekse Lijn door een metrolijn mag er niet toe leiden dat reizigers structureel duurder uit zijn. 

Door middel van uitbreiden van het netwerk en een hoger vervoersfrequentie verbeteren we het Rotterdamse OV-netwerk. Iedere Rotterdammer heeft straks OV op loopafstand (binnen 500 meter) van huis.

Bewoners worden betrokken bij wijzigingen in het OV-lijnennet. 

Het nachtnet wordt verfijnd en uitgebreid. De metro en tram gaan tot later doorrijden. De nachtbus gaat vaker en met kleiner materieel rijden. Vakantiedienstregelingen worden alleen gereden op routes waar dat wat betreft reizigersaantallen ook kan.

Vanaf Park&Rides kunnen mensen tegen gereduceerd tarief naar de binnenstad reizen. In de stad worden geen extra parkeergarages of andere voorzieningen voor auto’s gestimuleerd die niet gericht zijn op bewoners. In plaats daarvan worden bezoekers gestimuleerd de auto aan de rand van de stad te parkeren. Bewoners worden gestimuleerd om gebruik te maken van wijk-parkeergarages.

Rozenburg, Pernis en Hoek Van Holland worden beter aangesloten op het OV-netwerk. Dit kan gebeuren door bijvoorbeeld een snelle waterbus over de Nieuwe Waterweg.

Het openbaar vervoer wordt aantrekkelijker gemaakt voor toeristen, dagjesmensen en mensen die het OV weinig gebruiken. De dagkaarten en losse kaartjes worden goedkoper. 

Het openbaar vervoer moet toegankelijk en bereikbaar zijn voor iedereen. Dat kan door meer trams aan te schaffen die rolstoeltoegankelijk zijn, te zorgen voor aangepaste haltes en rekening te houden met afstand tot een halte voor mensen met een beperking en ouderen.

Wegen en parkeren

De inpassing van de A13/16 (A13 Rotterdam) wordt zodanig verbeterd dat de belofte ‘niet te zien, niet te horen en niet te ruiken’ echt wordt ingelost. Ook moet de A13 door Overschie daadwerkelijk ontlast worden. Doorgaand langeafstandsverkeer wordt geweerd van de route Overschie–’s-Gravendijkwal–Maastunnel–Pleinweg.

De A4-Zuid is volstrekt overbodig als niet eerst geïnvesteerd is in beter OV.

Ook andere plekken waar wegen voor overmatige luchtvervuiling en geluidsoverlast zorgen pakken we aan, bijvoorbeeld door extra geluidsschermen te plaatsen en te blijven pleiten voor het herstellen van de 80-kilometerzones. Overschrijding van Europese uitstootnormen wordt niet geaccepteerd. Verkeer dat niet de stad als bestemming heeft, dient zoveel mogelijk op de ring te blijven.

Alle Rotterdam huishoudens hebben recht op één betaalbare parkeerplaats, onafhankelijk van de wijk waar ze wonen. Voor tweede en derde auto’s moet altijd betaald worden, ook buiten de ring, en worden de tarieven hoger. 

Als alternatief voor parkeren op straat komen er zoveel mogelijk wijkparkeergarages. De geparkeerde auto verdwijnt waar het kan uit het straatbeeld.

Parkeren voor invaliden – ongeacht de kaartsoort - wordt gratis, zowel op straat als in de garages. 

Straatparkeren in het centrum wordt duurder.

Om de wijkeconomie te stimuleren, breiden we in lokale winkelstraten het stop en shop - parkeerbeleid uit als een collectief van winkeliers daarom vraagt. Stop en shop is goedkoop parkeren voor het eerste half uur om het voor bezoekers aantrekkelijk te maken hier hun aankopen te doen. Met name in straten als de Boulevard-Zuid, Vierambachtsstraat, Crooswijkseweg en de Noorderboulevard. 

De gemeente faciliteert autodelen door flexibel om te gaan met parkeervergunningen.

We stimuleren een systeem van buurtparkeren of autovrije buurten. 

Bij renovatie- en nieuwbouwprojecten wordt deze optie onderzocht en voorgelegd aan (toekomstige) bewoners. 

De Coolsingel wordt autovrij van het Hofplein tot de Meent. Voor het Stadhuis ontstaat zo een nieuw Stadsplein. Ook voor andere delen van de stad moet verder bekeken worden – in overleg met bewoners en ondernemers – of deze autovrij of autoluw gemaakt kunnen worden.

De verkeerschaos op het Oostplein wordt aangepakt.

Fietsers en wandelaars

Het fietspadennet kan nog fors worden uitgebreid en een groot aantal fietspaden kan nog veel veiliger worden gemaakt

In de binnenstad worden tweerichtingsfietspaden aangelegd: vooral rond de Stadsdriehoek kan dat fietsers veel tijd schelen. Drukke fietsroutes worden waar nodig verbreed. Fietspaden blijven rood gekleurd voor de duidelijkheid op de weg. 

Stoplichten op drukke kruispunten stellen we zo in dat fietsers en voetgangers voorrang krijgen op het autoverkeer. Het percentage groen komt overeen met de stroom fietsers en kan ook flexibel ingezet worden. De maximale wachttijd op drukke kruispunten in het centrum wordt beperkt tot één à twee minuten.

Het blijft toegestaan de fiets mee te nemen in de metro. Op termijn wordt dat ook in de spits mogelijk, bijvoorbeeld door daar in een metrostel extra ruimte voor in te richten. 

Het aantal stallingsplekken bij metro- en NS-stations wordt uitgebreid. Zolang er te weinig plekken zijn, worden fout gestalde fietsen niet door Stadstoezicht verwijderd, tenzij deze een belemmering vormen voor de doorgang.

Ook het aantal stallingen in de binnenstad moet omhoog. In de oudere wijken kunnen buurtstallingen – al dan niet in combinatie met een fietsreparatiewerkplaats – uitkomst bieden tegen het gebrek aan stallingsruimte bij de mensen thuis. Het aantal ‘fietstrommels’ dat door de gemeente beschikbaar wordt gesteld moet drastisch omhoog door de kosten voor plaatsing te halveren.

Wandel- en fietspaden dienen goed onderhouden te zijn, ook buiten het stadscentrum. 

Fietsen onder kinderen moet verder gestimuleerd worden: door verkeersles, en door fietsroutes veiliger en de directe omgeving van scholen fietsvriendelijker te maken. 

Brommers en scooters met geel kenteken horen vanwege de verkeersveiligheid op de weg en niet op het fietspad. We ondersteunen initiatieven om het aantal brommers met blauw kenteken in te perken.

Voetgangersoversteekplaatsen worden weer uitgevoerd als goed zichtbare zebrapaden, in plaats van de nu nog veelvuldig toegepaste ‘kanalisatiestreepjes’ die alleen de suggestie wekken van veiligheid  maar geen wettelijke bescherming bieden.

U bent hier