In “De gemeenteraad heeft geen toekomst” vragen Jasper Loots en Piet-Hein Peeters zich af of gemeenteraden nog wel wat te vertellen hebben. Oftewel: hebben de verkiezingen van 19 maart volgend jaar eigenlijk wel zin? De auteurs spraken met een flink aantal lokale politici en ‘experts’. Hun conclusie is scherp: “De raad is een uitvoeringskantoor. Je kunt niets doen: of je bent van de verbonden partij of je hebt de bevoegdheid niet.”
Loots en Peeters hebben gelijk: de lokale politiek wordt meer en meer een front end voor de democratische legitimatie van beleid dat elders bepaald wordt. Maar het kan ook anders. Gemeenteraden laten zich gewillig ringeloren en beperken zichzelf tot uitvoering en boekhouding. Dat hoeft niet. Mijn pleidooi is dat de lokale politiek meer smoel en zelfopvatting moet opeisen. ‘We’ gaan overal over wat de mensen binnen onze gemeentegrenzen raakt, want ‘wij’ zijn de eerste (volks)vertegenwoordigers van die bewoners.
Dat de lokale politiek meer en meer op een zijspoor staat waar het gaat om politieke keuzes die van belang zijn voor de stad en de gemeente komt door een samenspel van ontwikkelingen.
De eerste zijn de privatiseringen en verzelfstandigingen van de afgelopen decennia. Neem Rotterdam. In de jaren tachtig had de gemeente een eigen woningbedrijf waarmee de stad regie kon voeren op de volkshuisvesting. Een gemeentelijk havenbedrijf dat de haven en industrieterreinen voor de stad exploiteerde. Een gemeentelijk vervoersbedrijf (RET), een energiebedrijf (GEB), afvalverwerking (AVR) en de gemeente bestuurde het openbaar onderwijs. Functioneerde die grote lokale overheid optimaal? Zeker niet, ook in die tijd werden er veel slechte besluiten genomen en veel slecht beleid uitgevoerd. Maar al die aspecten van het stedelijke openbare leven vielen wel onder de bevoegdheid van de gemeenteraad. ‘We’ gingen er over. Mensen konden de politiek aanspreken en bij verkiezingen afrekenen. Nu staat alles ‘op afstand’ en ligt de werkelijke macht bij de koninkrijkjes van de directeuren en managers in de (semi)openbare bedrijven en instellingen. Hetzelfde gebeurde in de zorg, het onderwijs en het welzijnswerk.
Behalve de marginalisering van de lokale politiek heeft die ontwikkeling ook geleid tot instellingen en organisaties waarvan de eigen bedrijfsmatige logica belangrijker is dan het publieke belang. De uitwassen zijn bekend: een kaste van zakkenvullende topfunctionarissen van voormalige overheidsbedrijven. De zorg of het onderwijs is er intussen niet beter op geworden.
Bizar is dat dit een vrij breed gedeelde observatie is, terwijl er tegelijkertijd gewoon doorgegaan wordt met de uitverkoop van de overheid en het publieke belang. De gemeente Rotterdam heeft als motto: “We gaan niet meer zorgen voor, maar zorgen dat!” Een prachtige Orwelliaanse leuze die betekent dat de gemeente zich nog verder terugtrekt uit de uitvoering van en zeggenschap over gemeenschapstaken. Wat overblijft is inderdaad niet meer dan een lokaal administratiekantoor.
Op de tweede plaats hebben gemeentes de afgelopen jaren steeds minder speelruimte gekregen van de landelijke overheid waar het gaat om hun eigen financiën. De marges om beleid te maken met lokale belastingen en heffingen, grondpolitiek en het genereren van eigen inkomsten zijn beperkt. In veel andere landen in de wereld is de lokale autonomie een stuk ruimer, tot en met het heffen van een deel van de inkomstenbelasting.
Ook de wildgroei van gemeenschappelijke regelingen met andere overheden hebben de positie van gemeenteraden ondermijnt en de zeggenschap van bestuurders en ambtenaren vergroot. Wat heeft de gemeenteraad van Ridderkerk nog te zeggen over een deel van eigen gebied (polder Nieuw Reijerwaard) nu ze gedwongen zijn tot een gemeenschappelijke regeling met Rotterdam en Barendrecht? Wat hebben de gemeenteraden van de aangesloten gemeentes nu werkelijk te zeggen gehad over het beleid van de Stadsregio Rotterdam en straks de Metropoolregio?
Tot slot de decentralisaties. De WMO en de uitvoering van de WWB (bijstand) hebben we achter de rug en de komende twee jaar moeten de gemeentes de uitvoering op zich nemen van een nog groter deel van het sociaal beleid. De Jeugdzorg, grote delen van de AWBZ en de verbreding van de WWB, de participatiewet. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten, VNG, juicht dat toe omdat het takenpakket van de lokale overheid daarmee een stuk groter wordt en lokaal maatwerk voor bewoners gemakkelijker.
Maar is dat ook zo? Nee. Want de inhoudelijke kaders van die decentralisaties staan vast, de lokale politiek kan zich enkel bezig houden met de uitvoering, en dat ook nog eens onder grote druk. En veel belangrijker nog: met veel minder geld. Oftewel: de gemeenteraad mag uitvoeren, afknijpen en krijgt straks alle kritiek vanuit de samenleving over zich heen van boze en teleurgestelde burgers.
Wat nodig is om de lokale politiek te redden is dat gemeenteraden stelling nemen tegen die ontwikkeling, de strijd aangaan met de landelijke overheid en terrein terug veroveren op de nieuwe notabelen en zonnekoninkjes in het onderwijs, de zorg, het openbaar vervoer en (in Rotterdam) het havenbedrijf. ‘We’ gaan er wel over, want we zijn degenen die lokaal de burgers vertegenwoordigen. En als we taken in de maag gesplitst krijgen zonder daaar het benodigde geld bijgeleverd wordt om die taken verantwoord uit te voeren, dan weigeren we dat gewoon.
Heeft het zin om op 19 maart te stemmen voor de gemeenteraad? Ja, maar stem dan vooral op partijen en kandidaten die bereid zijn om de strijd aan te gaan, op te komen voor de belangen van de mensen in hun gemeente en niet bij zo’n beetje alle belangrijke zaken zeggen: “We gaan er niet over.”
Lees meer op Leo’s weblog: www.leodekleijn.nl
Volg lijstrekker Leo de Kleijn op Twitter

