
Schriftelijke vragen Archief 
Aan het dagelijks bestuur van de deelgemeente Feijenoord
Brabantsestraat 16
3074 RS Rotterdam
Rotterdam, 13 Juni 2002
Betreft: vragen ter mondelinge beantwoording tijdens de deelraadsvergadering
van 11 juli a.s., n.a.v. de onduidelijkheden over de capaciteit en inzetbaarheid
van het schoolmaatschappelijkwerk.
Geacht DB,
Tijdens de behandeling van agendapunt 10 van de deelraadsvergadering dd.
30 mei jl., voortgezet 5 juni jl., heeft de SP-fractie een amendement
ingediend (B) om geld vrij te maken om onderzoek te doen naar de mate
waarin het schoolmaatschappelijkwerk netwerk in staat is haar taken uit
te voeren, gecombineerd met de opdracht dat mocht blijken dat het netwerk
niet adequaat functioneert, dit netwerk te ‘repareren’, evt. d.m.v. een
financiële injectie.
Ook werd in dit amendement gevraagd geld vrij te maken om de eigen bijdrage
die basisscholen dienen te betalen om gebruik te kunnen maken van het
schoolmaatschappelijk werk, te laten vervallen. Het DB wees dit amendement
van de hand op financiële gronden, gekoppeld aan een verwijzing naar de
problematiek rondom het ODF/SWF, verantwoordelijk voor de uitvoering van
het schoolmaatschappelijkwerk in onze deelgemeente. Deze door het DB opgeworpen
argumenten werden overgenomen door een meerderheid van de raad, als zijnde
geldig. Daaropvolgend heeft de SP-fractie besloten het amendement in te
trekken.
Omdat er wel degelijk onduidelijk bestaat bij onze fractie (en bij andere
leden van de raad) over het functioneren van het schoolmaatschappelijkwerk
in onze deelgemeente, stellen wij de volgende vragen:
1. Wat is het bedrag dat door de deelgemeente specifiek ter beschikking
is gesteld aan het ODF/SWF voor de uitvoering van het schoolmaatschappelijk
werk?
2. Wat zijn de afspraken, contractueel of anderzijds, die er door
de deelgemeente met het ODF/SWF gemaakt zijn over de effectieve uitvoering
van het schoolmaatschappelijk werk?
3. Is er een directe relatie tussen de beschikbaar gestelde middelen,
en bovenstaande gemaakte afspraken? Met andere woorden, is er vooraf rekening
gehouden met de uitvoerbaarheid van de opgelegde taak, de beschikbaar
gestelde middelen in acht genomen?
4. Is er een verschil in effectieve inzetbaarheid van het schoolmaatschappelijk
werk in de huidige situatie, in vergelijking met de situatie zoals die
een jaar geleden bestond?
5. Mocht blijken dat de inzetbaarheid nu lager ligt, hoe verhoud zich
dat met de verzekering van het toenmalig DB aan de raad, dat het faillissement
van het ODF niet ten koste zou gaan van de werksoorten en de effectieve
uitvoering daarvan?
6. Hoe hoog is de geëiste eigen bijdrage van scholen die schoolmaatschappelijk
werk afnemen?
7. Staat deze eigen bijdrage in verhouding tot het werkelijk geleverde
schoolmaatschappelijk werk, zowel in uren als in effectiviteit?
Hoogachtend, Quintijn Rijsdijk, fractievoorzitter SP-Feijenoord.
Terug naar Archief
