NU IS DE TIJD! Sympathiseer je met de SP? Lid worden is nog veel beter en kan al voor vijf euro per kwartaal. Mee denken, mee doen, mee winnen. Je ontvangt het boek ‘Hoe dan Jan’ en het SP-nieuwsblad de Tribune. Steun de SP en sluit je nu aan!
Brandveiligheid Rotterdamse woningen;
SP stelt weer vragen
Betreft: reguliere bewoning wooncomplex 2.07
Geacht college,
Naar aanleiding van de beantwoording van onze vragen van 17 februari jongstleden over brandveiligheid
van Rotterdamse woningen het volgende:
De SP fractie is verheugd te vernemen dat het college van B&W vindt dat het probleem van de
brandveiligheid, in tegenstelling tot wat in het rapport van Woningtoezicht staat, van wooncomplex
2.07 niet gelegen is in de constructie van het gebouw of de kwalificatie van de vuurbelasting.
Sinds 1994 bestaan er plannen om wooncomplex 2.07 te slopen omdat het geld voor de renovatie uit
stadsvernieuwingsfondsen op was. Na 11 jaar is de sloop van wooncomplex 2.07 nog steeds niet zeker
en een eventueel nieuwbouwplan is financieel niet onderbouwd.
De fundering en het casco van het wooncomplex 2.07 verkeren in goede staat en daarbij is gemeente
Rotterdam van mening dat reguliere bewoning de beste vorm van de brandveiligheid is voor wooncomplex
2.07.
Waarom streeft de gemeente Rotterdam niet naar reguliere bewoning van het wooncomplex 2.07 in
het belang van Oud Mathenesse?
De gemeente Rotterdam heeft een succesvolle formule ontwikkeld voor het Wallisblok in Spangen
waarbij een leegstaand wooncomplex wordt weggegeven aan mensen die het willen opknappen.
Het wooncomplex 2.07 heeft nog eens het voordeel dat het een ontwerp was van het bekende
architectenbureau Brinkman en Van de Broek.
Waarom kiest de gemeente Rotterdam niet voor de succesvolle Wallisblok formule voor wooncomplex
2.07 waarbij ook nog eens extra gebruik gemaakt kan worden van de naamsbekendheid van het
architectenbureau Brinkman en Van de Broek?
In het antwoord op vraag 4 van onze vragen aan u van 17 februari kregen wij als antwoord: "Wij zijn van oordeel dat de onafhankelijkheid van de afdeling Woningtoezicht niet in het geding
is. Dit blijkt bijvoorbeeld ook uit het gegeven dat de afdeling Woningtoezicht, indien daartoe
aanleiding is, bezit van de gemeente aanschrijft op achterstallig onderhoud."
Uit het "Overleg over sloopcomplex aan Italiaanse straat";, d.d. 17 september 2002,
waarbij dS+V, OBR, Woonbron en Woningtoezicht aanwezig waren, blijkt echter het volgende: "Klachten van huurders dwingen woningtoezicht in te grijpen met het aanschrijvingsinstrument om
zo investeringen af te dwingen. Dit is uiteraard geen wenselijke situatie." Als oplossing wordt in
het overleg aangedragen: "Wanneer over een beter beheer niveau naar tevredenheid afspraken gemaakt
kunnen worden stelt woningtoezicht voor in ruil het instrument van de onbewoonbaarverklaring (Bij
wijze van proef, er is nog weinig ervaring met dit instrument in zo’n situatie.) in te zetten
in het slooptraject. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de bezwaren van het OBR."
Is deze werkwijze bij wooncomplex 2.07 een voorbeeld van onafhankelijkheid van Woningtoezicht
ten opzichte geuite bezwaren van de gemeentelijk dienst OBR, die betrokken is bij het wooncomplex
2.07 als belanghebbend partij?
Hoe waarborgt Woningtoezicht haar onafhankelijkheid als zij geconfronteerd wordt met bezwaren
van andere gemeentelijke diensten zoals het OBR?
Theo Cornelissen
Fractievoorzitter SP gemeenteraad Rotterdam
Blijf op de hoogte
Meld je nu aan voor de nieuwsbrief van Emile Roemer en belangrijk nieuws van de SP: