Bereikbaar donderdag
tussen 19:00 en 20:00 uur.
(010) 340 06 80
hulpdienstrotterdam@sp.nl
De SP Rotterdam komt vaak in de krant, op websites, en op radio en televisie. Kijk hier voor een overzicht.
NU IS DE TIJD! Sympathiseer je met de SP? Lid worden is nog veel beter en kan al voor vijf euro per kwartaal. Mee denken, mee doen, mee winnen. Je ontvangt het boek ‘Hoe dan Jan’ en het SP-nieuwsblad de Tribune. Steun de SP en sluit je nu aan!
04-07-2006 • SP-gemeenteraadslid Leo de Kleijn heeft schriftelijke vragen aan het college gesteld over de toepassing van de Rotterdamwet in Rotterdam. Per 1 juli wordt de nieuwe huisvestingsverordening van kracht, waardoor inkomenseisen gesteld worden aan mensen die in bepaalde wijken een woning zoeken.
Voor die wijken geldt 'inkomen uit arbeid' als criterium. De SP-fractie heeft het college gevraagd wat wordt verstaan onder 'inkomen uit arbeid' en hoe dat criterium wordt toegepast, en hoe wordt omgegaan met deeltijdwerkers, mensen met een zelfstandig beroep en seizoensarbeiders.
De Kleijn vraagt verder om een 'generaal pardon' voor de mensen die nog een aanvraag voor een huisvestingsvergunning hebben lopen onder de experimentele 120%-regeling, die tot vorige maand in delen van Rotterdam van kracht was.
Geacht college,
Per 1 juli wordt de nieuwe huisvestingsverordening in het kader van de zogenaamde Rotterdamwet toegepast in de daarvoor aangewezen gebieden. In uw brief van 22 juni 2006 geeft u aan dat voor de uitvoering van deze maatregel de zes grote woningbouwcorporaties (De Nieuwe Unie, WBR, Com.Wonen, PWS, Vestia en Woonbron) in de aangewezen gebieden en de dienst publiekszaken gemandateerd zullen worden voor controle van de bewijsstukken en het afgeven of weigeren van een huisvestingsvergunning.
De criteria waarop de aanvragen worden getoetst zijn omschreven in hoofdstuk 2 van de Huisvestingsverordening Rotterdam.
In uw brief van 22 juni 2006 wordt vermeld dat “bij de parlementaire behandeling van de ontwerp-Rotterdamwet is aangegeven, dat algemene voorwaarde in de wet is, dat de woningzoekende zelfstandig in zijn levensonderhoud kan voorzien”. In de wet zelf wordt hier niet over gerept, dus ik neem aan dat u daarbij doelt op de memorie van toelichting van 9 mei 2005 waar op bladzijde 15 staat: “De hoogte van het inkomen is daarom niet zozeer bepalend als wel het feit dat woningzoekenden economisch zelfstandig in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Daarnaast betreft het ook woningzoekenden, waarvan het aannemelijk is dat zij binnen afzienbare termijn zelf in hun levensonderhoud kunnen voorzien”.
Als invulling hiervan hanteert u de norm dat voor aanvragers van een huisvestingsvergunning met een inkomen uit arbeid (dienstbetrekking of zelfstandig beroep of bedrijf), de hoogte van dit inkomen “in beginsel gelijk moet zijn aan het voor het desbetreffende huishouden toepasselijke bijstandsniveau”.
Over de precieze toepassing van deze criteria heb ik een aantal vragen die naar mijn idee van belang zijn voor de rechtszekerheid van de aanvragers.
Steeds meer mensen met een zelfstandig beroep of bedrijf blijken (zie de armoedemonitor 2005 van het SCP) een laag inkomen te hebben, in veel gevallen zelfs – al dan niet tijdelijk - onder het bijstandsniveau.
De genoemde memorie van toelichting stelt dat aanvragers “waarvan het aannemelijk is dat zij binnen afzienbare termijn zelf in hun levensonderhoud kunnen voorzien” moeten kunnen rekenen op een huisvestingsvergunning. In het politieke debat over de Rotterdamwet is gesteld dat dit uitdrukkelijk het geval dient te zijn voor studenten.
De eis van proportionaliteit is verankerd in de Rotterdamwet. Woningzoekenden die geweigerd worden in de aangewezen gebieden moeten voldoende kans hebben op een voor hen bereikbare woning in de regio.
Er zijn nog enkele tientallen woningzoekenden die in de procedure zitten in het kader van de experimentele 120% maatregel. Voor hen is onduidelijk welke regels voor hen nu gelden.
Met vriendelijke groet,
Leo de Kleijn
Shortlink voor dit bericht: http://sp.nl/9n6qk